HISTORIEK

De voorgeschiedenis
De historiek van de Broederschool gaat terug tot 1909. In dat jaar verzoekt burgemeester Jan Mahieu-Liebaert van Roeselare de Broeders van de Christelijke Scholen om in zijn stad een jongensschool te vestigen. Hij mikt daarmee op tegengewicht voor de liberale volksschool in Roeselare. Pas in 1912 wordt in de Leenstraat een lagere Broederschool opgericht. In een brief van 18 september 1912 aan zijn overste schrijft Broeder Aureliaan, kersvers schoolhoofd:
Zondag laatst heb ik in de school gezeteld van af 9u, om de inschrijvingen van de nieuwe leerlingen te ontvangen. Om 12.15u heb ik moeten staken omdat ik reeds het getal 152 had bereikt. Reeds veel leerlingen heb ik geweigerd.'
Dat is niet te verwonderen: het onderwijs in zijn lagere school is immers kosteloos. Het grootste gedeelte van zijn leerlingen komt uit de arbeidersklasse of uit gezinnen waar nog echte armoede bestaat.
 Het succes (154 leerlingen, vooral uit de arbeidersklasse) wekt bij de andere scholen een vrees voor ontvolking. Die leidt reeds in 1913 tot beperkingen: Verboden aan de Broederschool leerlingen aan te nemen, wiens ouders meer dan 30 "oude frank" belastingen betalen.
 De Broederschool wordt door de stad aangenomen op 26 oktober 1912. De schoolbevolking zou in de daaropvolgende jaren blijven groeien.
De oorlog

Tijdens de Eerste Wereldoorlog is het overal beredderen met de beschikbare middelen, ook in de Broederschool. Broeder Adolf (Frans Vander Schueren) maakt zich in de oorlogsjaren zeer verdienstelijk bij het identificeren van lijken van gesneuvelden. 
Bij de wederopbouw rijzen op de O.-L.-Vrouweparochie nieuwe volkswijken uit de grond. 
Niet onverwacht wordt hier in 1924 een tweede Broederschool gesticht, gelegen langs de Mandellaan. 
Aan de noordzijde van de huidige speelplaats staat nog steeds het (sindsdien sterk gewijzigde) gebouw uit de jaren twintig. Intussen heeft de congregatie in de Leenstraat een normaalschool opgestart. 
Tot in 1937, wanneer de normaalschool naar Bokrijk verhuist, doet de school in de Mandellaan dienst als oefenschool voor kandidaat-onderwijzers. 
Door de bevolkingsevolutie in de omliggende wijken stijgt het aantal leerlingen in de jaren dertig tot ruim 400. Ook in de Tweede Wereldoorlog gaat de bloei verder. 
Er zijn nu twaalf klassen en als ook dat onvoldoende blijkt, installeren de vindingrijke broeders een dertiende klas... in het kippenhok.

Na de oorlog zet de democratisering van het middelbaar en hoger onderwijs zich door. Het geboortecijfer daalt en bovendien kennen de wijken rond de Broederschool 
een toenemende vergrijzing. De combinatie van deze factoren creëert bij de broeders de ambitie om ook middelbaar onderwijs aan te bieden. Na lange onderhandelingen kan 
de Broederschool op 1 september 1957 starten met een middelbare school voor jongens.

Naar een middelbare school
Op 1 september 1957 staan 39 leerlingen in de rij om het allereerste jaar humaniora op de Broederschool te volgen.

Zij kregen het grootste klaslokaal van de lagere school, piekfijn ingericht met splinternieuw meubilair. Het lokaal bevindt zich op de eerste verdieping van blok F uiterst rechts.
Broeder Jef (toen heette hij nog Broeder Bavo) was niet alleen een van hun leerkrachten, die trouwens bijna alle lessen zelf gaf, hij was ook hun directeur: de eerste 
directeur van de middelbare Broederschool.                                           
Financieel was het een uitdaging van jewelste, gezien de overheid het eerste jaar niets betaalde. Broeder Jef kon echter op heel wat sympathie rekenen van zowel ouders, oud-leerlingen, sympathisanten als van onderwijzers van de lagere school. Er was niet alleen veel steun, maar vooral veel hulp, zoals bij de organisatie van fancy-fairs die voor werkingsmiddelen zorgden.
Ook voor de leerlingen van dat eerste jaar was het even aanpassen. Hun pauze viel niet samen met de speeltijd van de lagereschoolkinderen, en uiteraard mochten deze niet gestoord 
worden tijdens de lessen. Oplossing: de 'grote' leerlingen kregen een klein braakliggend stukje grond tussen de kapel en de lagere school ingeklemd, waar zij zich mochten ontspannen.
En als het regende konden ze de speelplaats zelf op, waar ze stilletjes, heel stilletjes konden spelen. 
Het succes van de eerste lichting werd consequent voortgezet: er volgden een tweede jaar en een derde jaar. Toen werden het voor Broeder Jef weer spannende tijden
want de homologatiecommissie zou nu beslissen over het al dan niet     verderbestaan van onze school. De commissie nam alle papieren door, examens, cursussen, agenda's, ... en zag dat het goed was. Ook Broeder Jef zag dat het goed was, en toen 
de hogere cyclus werd opgericht, besloot hij andere horizonten op te zoeken (het Sint-Thomasinstituut in Brussel en later het Sint-Amandscollege in Gent) en het gezag over 'zijn school' aan zijn collega Broeder Serafinus over te dragen.        

De oorlog

Het middelbaar wordt jaar na jaar uitgebouwd: van 39 leerlingen in 1957-1958 (alleen een eerste jaar) tot een kleine 200 leerlingen in 1962-1963 (het eerste schooljaar met zes jaren). Zo ontstaat een moderne humaniora met in de hogere cyclus één enkele optie: Wetenschappelijke A. Het is de tijd waarin de turnclub 'Flink en Fris' - ontstaan uit aanvankelijk volledig gerekruteerden uit de school - zijn eerste successen viert en waarin volleybal de typische schoolsport wordt. De snelle expansie zorgt voor groeipijnen: enkele jaren wordt er gependeld tussen de Mandellaan en de St.-Hubrechtsstraat, waar het stadsbestuur lokalen van de gemeenteschool ter beschikking stelt. Vanaf schooljaar 1961-1962 neemt de middelbare afdeling haar intrek in de nog bestaande nieuwbouw aan de zuidkant van de speelplaats. 

De plechtige inzegening door bisschop Emiel-Jozef De Smedt van Brugge op 17 juni 1962 valt samen met de viering van een halve eeuw opvoedingswerk van de Broeders van de Christelijke Scholen te Roeselare. 

Met de contestatie van mei '68 waait ook in de Broederschool een wind van vernieuwing: meer leerlingeninspraak, projectonderwijs, het gebruik van audiovisueel didactisch materiaal. Zo kan de school in 1969 uitpakken met een primeur voor het Roeselaarse: een 
talenpracticum. 

Intussen wordt in 1967 voor het eerst een boekenbeurs georganiseerd. In 1970 maakt het oude klooster van de Broeders langs de Mandellaan plaats voor een nieuw complex. Maar de leerlingenpopulatie daalt: van ruim 200 leerlingen omstreeks 1970 tot een 170-tal in het midden van de jaren zeventig. 

In 1980 ontstaan in de regio Roeselare drie scholengemeenschappen, elk met een gediversifieerd onderwijsaanbod. De Broederschool treedt (samen met het VTI, het VMS en het Ardooise Instituut van de H. Kindsheid) toe tot de scholengemeenschap Elckerlyc. Door deze schaalvergroting kan de Broederschool in 1981 starten met gemengd onderwijs en een economische afdeling. Als eerste in Roeselare kiest de school daarmee bewust 
voor coëducatie. 
Het wordt een onverhoopt succes: na een beginjaar met 13 meisjes (1981-1982) evolueert het leerlingenaantal gradueel naar een evenwicht tussen jongens en meisjes. 

Deze enthousiaste jaren leiden een nieuwe bloeiperiode in. De school overschrijdt de kaap van de 250 leerlingen (1981-1982) en gaat verder op dit elan. Het dreigende lokalentekort wordt opgelost door een evolutie in de lagere Broederschool. Zij fusioneert met de 
Mariaschool (Nijverheidsstraat) en de Theresiaschool (Hammestraat), zodat een deel van de lagere-schoollokalen op de campus Mandellaan vrijkomt. 
In 1982-1983 viert de middelbare afdeling haar zilveren jubileum. Vanaf dan verschijnt het schooltijdschrift Mandelaar en wordt een jaarlijkse kalender uitgegeven. 

Door de aanhoudende groei wordt de infrastructuur in de jaren negentig opnieuw te krap. De eerste helft van dit decennium staat in het teken van bouwwerken: 
zes nieuwe klaslokalen langs de kant van de Fabrieksstraat, twee nieuwe eetzalen en diverse nieuwe of vernieuwde vaklokalen. 
Wanneer de lagere school in 1995-1996 definitief van de Mandellaan naar een nieuwbouw in de Hammestraat verhuist, worden de vrijgekomen lokalen 
geïntegreerd in de middelbare school. In februari 2003 zijn ook de nieuwe sanitaire ruimtes een feit.

De start van schooljaar 1998-1999 brengt een nieuwe mijlpaal in de schoolgeschiedenis, wanneer met het vertrek van Paul Van de Vijver, de laatste Broeder-Directeur, voor het eerst geen enkele broeder nog deel uitmaakt van het actieve personeel. 
De Broederschool, nu een middelgrote school van ruim 600 leerlingen, laat het gedachtengoed van de Broeders van de Christelijke Scholen en hun stichter 
Jean-Baptiste De la Salle echter niet los. Onder andere in het Lasalliaans Overleg blijven leken de visie van de broeders trouw. Vanaf 1999 wordt de Broederschool ook lid van de Scholengroep Sint-Michiel.
Vanaf 1989-1990 wordt in de Broederschool net als in de andere Vlaamse scholen de eenheidsstructuur ingevoerd. Zes jaar later, bij de voltooiing van dit proces, 
beschikt de school voortaan over vier richtingen in de derde graad: Economie-Moderne Talen, Economie-Wiskunde, Moderne Talen-Wetenschappen en 
Wetenschappen-Wiskunde'. Sedert 01 september 2007 kunnen de leerlingen opteren voor een nieuwe studierichting in de derde graad: Moderne Talen - wiskunde.