WETENSCHAPPEN

Een brede waaier
Op de Broederschool nemen de lessen 'wetenschappen' een belangrijk aandeel van de vorming van de leerlingen in. In het eerste leerjaar en tweede leerjaar maken de leerlingen kennis met de basisbegrippen uit de natuurwetenschappen (biologie, chemie en fysica).
In het tweede jaar komt daar wetenschappelijk werk bij, dat een soort voorloper van fysica is. Daarnaast maken de leerlingen ook kennis met het vak techniek (STEM) in zowel het eerste als het tweede jaar.
 
Met de lessen 'wetenschappen' willen we de leerlingen kennis laten maken met een brede waaier aan wetenschappen, ook de leerlingen met een economieprofiel. We willen hun interesse en inzichten rond wetenschappen aanscherpen zodat ze op de hoogte blijven van de huidige, snelle ontwikkelingen op gebied van wetenschappen.
 
Aan de hand van onder andere de vakken natuurwetenschappen, wetenschappelijk werk en techniek (STEM) willen we onze leerlingen helpen zodat ze na het tweede jaar een goede keuze kunnen maken om al dan niet een wetenschappelijke richting te volgen.
 
Vanaf het derde jaar kunnen de leerlingen op deze school voor 'wetenschappen' of 'economie' kiezen. De leerlingen die voor wetenschappen kiezen krijgen vanaf het derde leerjaar twee uur biologie, twee uur chemie en twee uur fysica per week. In het pakket van de niet-wetenschappelijke richtingen wordt telkens één uur van elke wetenschap onderwezen. Het spreekt voor zich dat wie voor de studierichting 'wetenschappen' kiest interesse heeft voor wetenschappen, zelfstandig proeven kan uitvoeren en zelf de resultaten kan verwerken.
 
De wetenschappen biologie, fysica en chemie hebben elk hun eigenheid, maar hebben ook veel raakvlakken. Zo kunnen we bijvoorbeeld slootwater zowel chemisch als biologisch onderzoeken. Geluid kunnen we biologisch én fysisch bestuderen.
 
Ook tussen techniek en wetenschap zijn meerdere raakpunten aan te geven. Ze maken over en weer gebruik van mekaars bevindingen. Maar ze benaderen beide de werkelijkheid op een eigen manier: daar waar de wetenschappen gericht zijn op het begrijpend verklaren van de fysische werkelijkheid, is techniek gericht op het beheersen van die werkelijkheid, ten dienste van de mens. Waar men in het vak wetenschappelijk werk eenvoudige natuurkundige feitenkennis wil verwerven, zal men in techniek kennismaken met de technologie, erover reflecteren en leren planmatig werken. Techniek leert de leerlingen ontwerpen, realiseren, controleren, herstellen, installeren, gebruiken en evalueren; in wetenschappelijk werk gaat het over waarnemen, verklaren, definiëren, beschrijven, veralgemenen en besluiten.
 
Technici maken de wereld zoals hij nooit was... Wetenschappers bestuderen de wereld zoals hij is...
 
Tijdens excursies leren de leerlingen onder andere de verschilpunten, maar ook de raakvlakken van deze vakken kennen.